Biechtstoel van papier
Waardoor werd dit boek geïnspireerd? Welke boodschap zit erin verborgen? Wat was het mooiste of bijzondere aan het schrijven ervan? Die vragen en meer beantwoordt Annemarie van Heijningen in dit interview over Biechtstoel van papier.
Waar gaat het boek over?
‘Het is een bundel vol anekdotes over van alles en nog wat, zoals kinderachtig geruzie met de echtgenoot, gedoe met de nazaten, het leed dat ‘parkeergarage’ heet, de man die last van de gereformeerden had, een zweetvoetenrel, de Partij voor Poepvrij Nederland, deurkransterreur en beigejassenbrigade, de audioboekofiel, een brullende bruid, een boodschappenlijksweigeraar, naoorlogs verdriet, pastorie-ellende, de chillpil, het verborgen openbaar toilet en een enkele driftbui (van mijn kant) waarbij de vla door de woonkamer vliegt. Stuk voor stuk uit het leven geschreven – vaak heet van de naald, altijd recht uit het hart.’
Hoe kwam je op het idee voor het boek?
‘Als columniste van eerst Visie (2009-2020) en momenteel, sinds 2021, het Nederlands Dagblad heb ik door de jaren heen heel wat columns, verhaaltjes, oprispingen, stukjes – hoe je het ook wilt noemen – geschreven en ik ben er best trots op dat die nog altijd worden gelezen. Nu is een heel aantal daarvan gebundeld tot Biechtstoel van papier, al bevat het ook nieuw, niet eerder gepubliceerd materiaal.’
Wat vond je het leukste aan het schrijven ervan?
‘Het leukste aan columns schrijven is dat dit soort teksten een duidelijke kop en staart heeft, waarbij je het maximumaantal woorden niet mag overschrijden. En aangezien ik een vrij ongeduldig mens ben en niet van jarenlange projecten houd, zit deze vorm me dus als gegoten.’
Wat wil je lezers met het boek meegeven?
‘Dat je jezelf niet al te serieus moet nemen, dat niemand perfect is en dat je je niet mooier voor hoeft te doen dan je bent; de energie die je vaak stopt in het ophouden van je broek kun je wel aan betere dingen besteden. Daarbij, met de billen bloot moeten geeft lucht. En ik hoop dat ook duidelijk wordt dat God genadiger is dan je vaak denkt.’
Ben je al met iets nieuws bezig?
‘Op dit moment niet. Als er een boek klaar is, heb ik vaak het idee dat het mijn laatste is; dat denk ik nu dus ook. En als het dit keer echt zo is, ga ik gewoon wat anders doen. Stilzitten gaat me toch niet lukken.’